|
RICHTLIJN BESTRIJDING VERBAAL GEWELD |
Beleidsuitgangspunten:
a) Clubs en supportersverenigingen zijn in beginsel verantwoordelijk voor het gedrag van hun supportersaanhang c.q. leden.
b)Clubs en supportersverenigingen zijn verantwoordelijk voor het duidelijk stellen van tolerantiegrenzen t.a.v. ongewenste spreekkoren c.q. verbaal geweld. Dit dient onder meer te geschieden door actieve bekendmaking van het opgestelde huisreglement.
c) Clubs en supportersverenigingen dienen al het mogelijke – vanuit zowel preventief, beheersmatig als repressief perspectief - te ondernemen om ongewenste spreekkoren c.q.verbaal geweld tegen te gaan. Dit betekent in ieder geval dat aanstichters en daders worden aangesproken op hun gedrag.
d)Aanstichters van ongewenste spreekkoren dienen te worden opgespoord en te worden gecorrigeerd via de ketenbenadering (club, supportersvereniging, KNVB, politie, justitie).
e) Gedragsbeïnvloeding c.q. interventies die gericht zijn tegen ongewenste spreekkoren,vinden te allen tijde plaats op initiatief van de betreffende club,na overleg met de lokale autoriteiten.
Preventie
De KNVB stelt dat het gedrag van officials, trainers en spelers van grote invloed is op het supportersgedrag. Dit betekent dat de gedragscode, waar een voorbeeldwerking vanuit gaat, strikt dient te worden nageleefd.
Daarnaast dienen clubs in samenwerking met hun supportersverenigingen duidelijkheid te scheppen omtrent de tolerantiegrenzen. Het overschrijden van deze grenzen dient waar mogelijk te leiden tot gedragscorrectie.
Ten aanzien van de tolerantiegrenzen dient optimale onderlinge afstemming plaatste vinden tussen de lokale ketenpartners (clubs, supportersvereniging, politie, justitie, gemeente, etc.) over beleid en daaruit voortvloeiende maatregelen.
Het beleid dient er in principe op gericht te zijn om (potentiële) daders – in het bijzonder de aanstichters - uit de anonimiteit te halen en deze aan te spreken op vertoond gedrag.
Goed gedrag dient hierentegen te worden gestimuleerd en indien mogelijk beloond.
Beheersmatig optreden
1. De rol van de clubs (m.n. de veiligheidscoördinatoren)
a) Afspraken maken met (en/of communiceren met):
- de stadionspeaker (eventueel een eigen speaker voor toespreken aanhang uitspelende BVO)
- het arbitrale kwartet
- de politie
- de officier van justitie
- de beide stewardsgroepen
- de supporterscoördinatoren van beide BVO’s
- de aanvoerders van beide spelersgroepen
- de begeleidingsgroep van de uitspelende BVO
- de waarnemer veiligheidszaken van de KNVB
b) Over onder andere:
a. de (wijze van communicatie over de) tolerantiegrenzen in het betreffende stadion;
b. de inzet van de clubs (b.v. door stewards en het CCTV) om aanstichters / daders van ongewenste spreekkoren te lokaliseren en te identificeren;
c. de inzet van de club en de politie om aanstichters / daders van ongewenste spreekkoren op te sporen en aan te houden;
d. het vervolgingsbeleid van de officier van justitie en de melding aan de KNVB.
a. het convenant (jaarlijks);
b. (integrale) beleidsplannen (incidenteel);
c. het veiligheidsdraaiboek (voor elke wedstrijd).
2. De rol van de waarnemer:
e) Rapportage aan KNVB.
3. De rol van de scheidsrechter:
c) Toetsen of door massaal aanhoudende, discriminerende spreekkoren – gericht tegen een of meer spelers,de scheidsrechter of zijn assistenten – de beledigde betrokkene(n) niet meer in staat blijken naar behoren te functioneren, waardoor het sportief verloop van de wedstrijd ernstig in het geding is.
d)Slechts optreden in die gevallen wanneer door massaal aanhoudende, discriminerende spreekkoren - gericht tegen één of meer spelers, de scheidsrechter of zijn assistenten - de beledigde betrokkene(n) niet meer in staat blijken naar behoren te functioneren, waardoor het sportief verloop van de wedstrijd ernstig in het geding is.
e) Rapportage aan KNVB.